|
Tussenpersonen gaan vanaf 1 oktober 2009
actief de hoogte van hun provisie melden.
Dat gebeurt door het bedrag (geen percentage)
schriftelijk aan de klant kenbaar te maken.
De plicht geldt ook voor adviseurs van
banken.
Genoemd
wordt het bedrag dat een kantoor per productsoort
van de verzekeraar of bank krijgt. Het
gaat om een provisiebedrag op een standaardpolis
(voor een zogeheten maatmens), analoog
aan de financiële bijsluiter. De
exacte beloning op de specifieke post
krijgt de klant alleen op verzoek.
Ondanks dat de bijsluiter met z'n maatmenssystematiek
tot voorbeeld heeft gediend, wordt de
provisie niet in de financiële bijsluiter
zelf vermeld. "Het gaat om informatie
die door het intermediair wordt gegeven",
zo luidt het eerste argument daarvoor.
Verder vinden de betrokken marktpartijen
dat de bijsluiters louter bedoeld zijn
om consumenten te informeren over de producten
en niet over de beloning van tussenpersonen.
Tot de te benoemen beloning behoren ook
bonusprovisies. "De niet-postgerelateerde
beloningen worden kwalitatief benoemd",
is het voorstel. Incentives (bijvoorbeeld
cadeaubonnen of voetbalkaartjes) behoren
niet tot de te vermelden beloningen: "praktisch
ondoenlijk."
Gelijk
speelveld
Het voorstel, gesteund door de NVA, NBVA,
VVHN, NVB en het Verbond van Verzekeraars,
is met een week vertraging voorgelegd
aan het ministerie van Financiën.
De betrokken partijen wensen dat de Autoriteit
Financiële Markten gaat toezien op
de kwaliteit van de informatie over de
provisiehoogte.
De openheid over provisies geldt ook voor
loondienstagenten en medewerkers van bankkantoren.
De eerder door Financiën geopperde
verplichte vermelding van de beloning
van medewerkers bij banken en direct-writers
moet volgens het voorstel vervallen. "Dit
is misleidend en draagt niet bij tot het
ontstaan van een gelijk speelveld."
NVA-voorzitter Bob Veldhuis voegt daaraan
toe: "De totale kosten van een product
zijn in de bijsluiter te zien, en wij
melden apart onze beloning. Aanbieders
die niet via tussenpersonen werken, moeten
in de financiële bijsluiter melden
dat zij kosten maken die vergelijkbaar
zijn met de kosten van het intermediaire
kanaal. Daarmee is het gelijke speelveld
daar." Verdere discussie daarover
kan volgens de partijen achterwege blijven.
"De klant is vooral geïnteresseerd
in het rendement van zijn investeringen
en minder in het onderscheid naar kostensoorten
en beloningen", zo luidt de gezamenlijke
verwachting.
Inkoopcombinaties
De NVA, NBVA, VVHN, NVB en het Verbond
willen de maatregelen nog voor de invoeringsdatum
in 2009 toetsen op hun effectiviteit.
Dat geldt tevens voor de verplichte beperking
van afsluitprovisie tot 50% van de beloning.
Want de regels zouden wel eens omzeild
kunnen worden.
"Verzekeraars
gaan assurantiekantoren via inkoopbedrijven
financieren", is bijvoorbeeld de
verwachting van Arno Dolders, directeur
van levensverzekeraar Legal & General.
"Voorstellen hiertoe circuleren al
in de markt. Het maakt het intermediair
meer afhankelijk in plaats van onafhankelijk",
zegt hij.
De 25 koepels en 4.000 tussenpersonen
vertegenwoordigende FKO (Federatie van
Koepelorganisaties) voorziet eveneens
problemen met financieringen "die
alleen financieel zeer gezonde bedrijven
zonder veel moeite zullen verkrijgen".
Volgens de intermediairorganisatie zou
de overheid aflopende garanties moeten
afgeven aan de geldverstrekkers.
Overzicht
van gearchiveerde nieuwsberichten |
|
|