| Een
eis die aan een periodieke uitkering wordt
gesteld is dat er een minimale mate van
onzekerheid moet bestaan, wat wordt uitgedrukt
in een sterftekans van 1 %. De sterftekans
bepaalt vervolgens de minimale duur van
de verzekering.
Bij
de berekening van de sterftekans bij een
direct ingaande lijfrente op twee levens
zijn er een tweetal berekeningsmethode
mogelijk.
- Gecombineerde
sterftekans
Wanneer
een verzekering op twee levens wordt gesloten,
wordt de 1% sterftekans berekend aan de
hand van de gecombineerde sterftekans
van de twee verzekerden. Dat betekent
dat de minimale duur van de verzekering
dan relatief lang moet zijn.
Een
andere methode is de berekening van de
sterftekans van de afzonderlijke levens.
Deze methode wordt gehanteerd bij nieuwe
regime lijfrenteverzekeringen. Op deze
manier kan de looptijd aanzienlijk worden
verkort. Voorwaarde bij deze berekening
is dat de verzekerde lijfrente uitkeringen
afzonderlijk op de polis worden vermeld.
Klik
hier
wanneer u een voorstel wenst voor een
direct ingaande lijfrente tegen een minimale
looptijd. |